Echt eten: wat betekent dat?
Als natuurvoedingskundige hang ik geen enkel voedingsgeloof of dieet aan. Het gaat mij om echt eten. Voeding zoals het bedoeld is, als basis, als LEVENSmiddel. Niet als systeem, niet als religie, maar als iets wat je elke dag doet en waar je je goed bij voelt.
Voor mij staat natuurvoeding op vijf basisprincipes. Ze vormen een kapstok, geen keurslijf. Want hoe je ze toepast, dat is voor iedereen anders.
1. Puur
Puur staat voor voeding die niet bewerkt is. Bewerkt voedsel is van zijn levenskracht beroofd. En daarmee verdwijnt ook de helende werking die echt eten kan hebben.
2. Biologisch, biodynamisch of natuurlijk
Voeding zonder gif, in welke vorm dan ook. Plantaardige producten uit zaadvaste rassen. Dierlijke producten alleen van dieren die met respect zijn behandeld. Een koe met hoorns, grasgevoerd, in een kudde. Zo bedoeld.
3. Vers
Vers eten vergroot de diversiteit op je bord. Het dwingt je om met de seizoenen mee te eten, meer lokaal te kopen en dichter bij de boer te blijven. Dat betekent rijpere groenten en fruit, en daarmee voeding die van nature rijker is aan vitaminen.
4. Eerlijk
Eerlijk voor de aarde, de mens, het dier en de plant. Niet meer, niet minder.
5. Persoonlijk
We zijn allemaal uniek. In temperament, gewoonten, allergieën, voorkeuren en behoeften. Dat geldt ook voor je spijsvertering. Zo uniek als jouw vingerafdruk, zo uniek is ook jouw darmmicrobioom. Naast een gezonde basis is er daarom altijd een persoonlijk voedingspatroon nodig. Eén dat jou in je kracht laat staan, en je ondersteunt daar waar het minder goed gaat.